Aai Poesje Aai Poesje
Kleine zaal
Darwin noemde humor een vorm van agressie, een manier om dominantie uit te oefenen op de ‘slachtoffers’ van de grap. Dat strookt met de humor waar Elfie mee opgroeide. Haar vroegste herinneringen aan grappen vertellen en cabaret bestaat uit mannelijke familieleden die, meestal in beschonken staat, in cafésetting hun favoriete cabaretiers imiteerde. Er was een bovenmatige voorkeur voor de brallerige, luide, mannelijke cabaretiers van die tijd. Seksistische en racistische grappen voerden de boventoon, waar de mannen, zowel als de vrouwen in dat selecte publiek destijds om lachte. Spotten, kwetsen, alles was geoorloofd voor een ‘goede’ grap. In haar puberteit verging Tromp haar het lachen voor de humoristen in haar omgeving, met de steeds prangender wordende vraag: maar waar lach je nu echt om? Haar geblondeerde moeder die het hardst lacht bij domme blondjes-grappen, is in lijn met de gedachte van filosofe Julia Kristeva, die schreef in Powers of Horror dat we lachen om het abjecte en door de lach onze angsten kunnen verdrijven.
Podiumbeest Tromp weigert zich te laten vangen of tegenhouden door hokjes, genres, taboes of tijdsgeest: ze breekt er altijd doorheen. Cabaret wordt gezien als makkelijk vermaak, maar Tromp bewijst dat humor alles behalve tandeloos is.
Wanneer?
-
Vrijdag 12 maart '27 20:15 uur
Prijzen
-
Prijs: €24,50Normaal tarief