De echte wandelaars komen in Roosendaal aan hun trekken met de Waterwandelroute. Met een totale afstand van vijftig kilometer (inclusief kortsluitroutes) is deze lange afstandswandeling zeker de moeite waard. 

Het landschap van Roosendaal wordt doorsneden door beken en vaarten. De beken lopen merendeels van hoger gelegen gronden in België naar lager gelegen gebieden in het noorden. In het noorden beginnen de polders, die vanaf de late middeleeuwen drooggelegd zijn. Roosendaal is ontstaan aan de oevers van de Watermolenbeek en Roosendaalse Vliet. Op dit centraal gelegen beekdal sluiten diverse andere beken aan. Vanaf de dertiende eeuw worden voor de turfontginning...

  • Startpunt
    Natuurpoort Visdonk
    Rozenvendreef 1
    4707 PD Roosendaal
  • Krampenloop

    Volg de Waterwandelroute

    De Krampenloop is een oude turfvaart waarvan de naam waarschijnlijk verwijst naar de eigenaar van een aangrenzende boerderij. De vaart is gegraven om de gedolven turf uit Visdonk af te voeren.

    Ongeveer op de plaats waar de Krampenloop landgoed Visdonk verlaat, stond vroeger een galg in de richting van buurtschap ‘t Hoekske. Die diende vooral als afschrikwekkend voorbeeld als men Roosendaal binnenkwam. Hier lag namelijk de grens van verschillende heerlijkheden: Roosendaal, Rucphen, Hoeven en Langendijk. Langendijk is nu een deel van Rucphen maar was destijds een afzonderlijk rechtsgebied dat vanuit Wouw bestuurd werd. De naam Langendijk verwijst naar een zeer oude weg naar Breda. De naam dijk kan slaan op een verhoging in een moerassig of nat gebied.

    Parallel aan de Krampenloop ligt nabij de Kapelstraat, die verwijst naar de voormalige Langendijkse kapel. Die lag overigens een eindje verderop bij de grens van Roosendaal en Rucphen op de hoek van de Langendijksestraat. Rondom Roosendaal lag in het verleden een krans van kapellen. Al in de zeventiende eeuw is de Langendijkse kapel verdwenen.

    Een eerste zijtak van de Krampenloop is de Dijkwetering. De Dijkwetering is een nieuw gegraven watergang uit de jaren zeventig, die echter deels de oude loop van de Krampenloop volgt. De slingerende Dijkwetering komt uit in het Burgemeester Godwaldtpark. Nieuw is wel de verbinding in het noorden met de Rucphense Turfvaart, want de oude Krampenloop kronkelde rond 1900 nog zijn eigen gang naar het Roosendaalse centrum en mondde tussen de Ommegangstraat en de huidige Van Beethovenlaan uit in een loop achter de huizen in de Molenstraat en de gracht rondom de pastorie of Tongerlohuys.

    Een tweede zijarm van de Krampenloop staat bekend als de Staaltjes. Deze watergang is ongeveer een kilometer lang en ligt tussen de D- en E dijken. Op de oevers zijn talloze bomen en struiken te vinden. De Staaltjes mondt uit in het Burgemeester Godwaldtpark en verenigt zich daar met de Dijkwetering. De naam Staaltjes verwijst naar heggen- of wallenkantjes.

    Langs de Krampenloop komen veel grassoorten voor met prachtige namen als glanshaver, kropaar, gewoon reukgras, gestreepte witbol, rood zwenkgras en gewoon struisgras.

    Het gebied kent ook een ruime verscheidenheid aan vogels zoals de heggenmus, huismus, fazant, kievit, Turkse tortel, groenling en pimpelmees. In het water van de Krampenloop zijn meerkoeten en wilde eenden te vinden en in de bosjes zwartkop, tjiftjaf en houtduif. 

    Krampenloop
  • Landerije

    Volg de Waterwandelroute

    De Krampenloop gaat na de kruising met de Rucphense Turfvaart, die uit het oosten komt, en met de Staaltjes, die verder gaat in de richting van het westen, over in de zogenaamde Omleiding Bakkersberg. Deze werd in de jaren zeventig aangelegd om de waterafvoer uit het achterland uiteindelijk in de richting van de Roosendaalse Vliet te leiden via de Deurlechtse Vaart.

    Die ingreep in de waterhuishouding was zeker niet de eerste in dit gebied. Vanaf de dertiende eeuw is hier op grote schaal en systematisch turf gestoken. Het wegenpatroon tussen Zegge en Roosendaal herinnert nog aan de rechte, vierkante blokken waarin het gebied in 1297 werd verdeeld toen het werd uitgegeven. De initiatiefnemers kwamen uit Vlaanderen en dit gebied was dan ook bekend als de Vlaamse Moeren.

    Voor het afgraven van het veengebied kon beginnen, moest het afgewaterd worden. Dat gebeurde door de aanleg van sloten, die het water naar zijvaarten afvoerden. Die zijvaarten werden verbonden met hoofdvaarten.

    Door de aanleg van deze waterwegen kon ook de in de zomer afgegraven turf per schuit worden afgevoerd nadat deze eerst te drogen was gelegd op de oevers van de sloten en vaarten. In de turfvaarten lagen sluisjes die het water vasthielden tot een konvooi schuiten gereed was om te vertrekken naar de haven. Vanuit de turfschuiten (vletten of pleyten) werd de turf in de haven overgeladen op zeewaardige schepen naar Vlaanderen, Holland of overzee.

    De turf uit de Vlaamse Moeren werd via twee vaarten naar de Roosendaalse Vliet afgevoerd. Via de Rucphense Turfvaart ging het naar het Turfhoofd nabij de voormalige suikerfabriek in Roosendaal. En door de Deurlechtse Vaart kwamen de schuiten uit bij een kleine overslaghaven ter hoogte van de huidige Kapelberg. De toen nog kronkelende Vliet lag nabij die kleine haven.

    De aanleg van al deze sloten en vaarten geschiedde handmatig. Jaarlijks moesten deze waterwegen worden uitgediept en werden de sluisjes opgeknapt. Aan het begin van de achttiende eeuw kwam de turfontginning tot stilstand omdat de meeste turf was afgegraven.

    In de houtwal langs de Rucphense Vaart zijn allerlei varensoorten te vinden als wijfjesvaren, mannetjesvaren, brede stekelvaren en smalle stekelvaren. In de bosjes huizen fitis, merel, groenling en roodborst.

    Landerije
  • Spiekestraat

    Volg de Waterwandelroute

    De Spiekestraat dankt zijn naam aan Gerard de Spikere die hier in het jaar 1290 ongeveer driehonderd bunder moergrond in erfpacht kreeg. Hij was afkomstig uit Brugge en daarom werd later dit gebied ook wel de Brugse Neming genoemd.

    De lucratieve turfontginning werd bij een grensregeling in 1291 netjes verdeeld tussen de heren van Breda en Bergen op Zoom. Het zuidelijke, Bredase deel werd later van Roosendaal, het noordelijke, Bergse deel viel toe aan Zegge.

    Zegge is een rietgras dat bijvoorbeeld voorkomt in een weiland dat onder water staat. De plaats Zegge heeft in het verleden vele namen gehad als Hooghei, Noorthoek, ‘den lande van Bergen boven den Nieuwenberch alias Zegge’, Nieuw Dorlecht of Thurlicht ter Venne. Nu maakt Zegge deel uit van de gemeente Rucphen. Het dorp is in de meimaand vooral bekend als Mariabedevaartplaats.

    Halverwege wordt de Spiekestraat eerst doorkruist door de spoorlijn naar Etten-Leur. Vervolgens passeren we de Bakkersbergomloop. De Bakkersberg loopt eerst nog verder naar het noorden om even voorbij de straat genaamd Nieuwenberg naar het westen af te slaan. De Spiekestraat zelf komt uit op de Nelson Mandelaweg. Na het passeren van het viaduct over de spoorlijn naar Oudenbosch komen we op de Roosendaalsebaan, waar de Bakkersberg-omloop weer te zien is. Ten zuiden van het Klerkenveld zien we deze watergang doorlopen, die hier Deurlechtse Vaart heet. Die vaart is een vroegere turfvaart waarlangs de brandstof overgebracht werd naar het verdwenen haventje van Deurlecht om overgeladen te worden op grotere schepen.

    De bermen van de Spiekestraat dragen kleur door de bloemen van de kruipende boterbloem, duizendblad, gewoon biggenkruid, gewone hoornbloem en veldzuring. Ook zijn hier weidevogels te zien zoals graspieper, scholekster, kievit en een enkele maal de roodborsttapuit. 

    Spiekestraat
  • Kapelberg

    Bij het Klerkenveld liggen verschillende plasjes naast de vroegere loop van de Deurlechtse Vaart, nu Bakkersbergomloop, waar verschillende vogelsoorten zich thuis voelen. Te zien zijn bijvoorbeeld wilde eenden of Canadese ganzen. Maar ook kauwen en meeuwen komen hier af op de etensresten van de diverse eetgelegenheden. In de plassen zijn grote lisdodde, gele lis, grote waterweegbree en biezenknoppen te vinden. Dat zijn plantensoorten die van natte voeten houden. We bevinden ons hier op de zogenaamde Naad van Brabant. Dat is de overgang van zand naar klei, van hoger gelegen gronden naar polders. Tot ver in de middeleeuwen kwam het zoute water van de zee tot hier.

    Met de stormachtige zee is het verhaal verbonden dat ten grondslag ligt aan de bouw van een kapel op deze locatie. Een schipper die door het slechte weer in moeilijkheden gekomen was, zou beloofd hebben aan de Heilige Maria een kapel te bouwen indien hij gered zou worden. Het weer kalmeerde, de schipper werd gered en zorgde voor de bouw van een kapel. In de loop van de eeuwen ging die kapel verloren. In 1897 nam de eigenaar van het terrein, de vermogende familie Van Gilse, het initiatief om opnieuw een kapel op te richten. Het ontwerp is van de Roosendaalse architect Marijn Vergouwen.

    De kapel is opgetrokken op een achthoekige plattegrond in een neoromaanse stijl. De kapel ligt op een verhoogd terrein en kan bereikt worden via een laan met bomen. Bij de aanleg lag de kapel een eind buiten de bebouwde kom en trokken de pelgrims er te voet naar toe.

    Na het oversteken van de snelweg bereiken we via de straat Helium de Gastelsedijk Zuid. Hier zijn nog restanten te vinden van de Oude Roosendaalsche Vliet. De kronkelende rivier is namelijk in de achttiende eeuw in fasen gekanaliseerd en heet sindsdien de Nieuwe Roosendaalsche Vliet. In het bosje tegenover de roeivereniging kun je in het voorjaar de nachtegaal horen. Tegenover de Havendijk ligt het vroegere gors de Ever. Een gors is een buitendijks gebied. Ook tot hier kwam het zoute water tot aan de inpoldering van Kruisland in 1487.

    Bij het oversteken van de snelweg en de Nieuwe Roosendaalsche Vliet zien we Schipbeek en Halsegat liggen, de in de jaren tachtig aangelegde nieuwe haven van Roosendaal. Aan de overzijde komen we voorbij de vloeivelden van de vroegere suikerfabriek. In de nabijheid van het buurtschap Vroenhout stond tussen 1271 en 1292 het klooster Catharinadal, nu in Oosterhout te vinden. De zusters Norbertinessen vertrokken nadat hier overstromingen hadden huisgehouden. 

    Kapelberg
  • Vroenhout

    Volg de Waterwandelroute

    Na het oversteken van de Nieuwe Roosendaalsche Vliet zien we de vloeivelden van de vroegere suikerfabriek liggen voor we het buurtschap Vroenhout bereiken. Hier lag ooit in de dertiende eeuw het eerste klooster van de zusters van Catharinadal, nu in Oosterhout. De zusters moesten vertrekken vanwege de regelmatige overstromingen. De aanleg van de A17 zorgde voor het ontstaan van een waterplas die later als natuurzwembad De Stok in gebruik werd genomen. Dat zwembad is sinds 1999 vervangen op een andere locatie door het huidige bad. Wel ligt hier nog altijd een visvijver. Nu is hier een recreatiegebied met allerhande voorzieningen te vinden.

    Vroenhout
  • Boeiink

    Volg de Waterwandelroute

    Het grensgebied tussen Wouw en Roosendaal wordt gekenmerkt door een vruchtbare bodem. Tevens zijn daar verschillende beken te vinden. De Rissebeek of Haiinksebeek vormde vroeger de grens tussen de Wouwse en Roosendaalse parochies. Het meest westelijke gebied van Roosendaal werd vroeger wel het Land van Nassau genoemd, omdat het behoorde tot de Baronie van Breda. Kerkelijk gezien maakte het deel uit van de parochie Wouw.


    De naam Engebeek wil zeggen smalle beek. Deze beek is verschillende malen verlegd en is ook bekend onder de naam Kellebeek. Die laatste naam zou verwijzen naar een watergeul waarlangs het water langs een molenrad wordt gevoerd. Er bestaat ook een vermelding uit de dertiende eeuw die suggereert dat hier in deze omgeving ooit een watermolen heeft gestaan.

    Op de Engebeek sluit de Rissebeek of Haiinksebeek aan. Ook daar is van vroege menselijke activiteit sprake. Nabij Vinkenbroek is een visweer gevonden uit de Karolingische periode; dat is rond het jaar 800. Met hoge stokken in v-vorm werd hier zoetwatervis gevangen. De naam Risse zou verwijzen naar riet.

    In de meer recente geschiedenis heeft de Duitse bezetter in het voorjaar en zomer van 1944 een zogenaamde tankval aan laten leggen door dwangarbeiders. Deze gracht was deel van de zogenaamde ‘Vordere Wasserlinie’ en sloot aan op de Roosendaalse Vliet en de Kellebeek. De gracht omringde zowat heel Roosendaal. Bij een eventuele landing van de Geallieerden op de Nederlandse stranden moest deze linie hun opmars tegenhouden of vertragen. De Britse en Canadese bevrijders van Roosendaal zijn in september-oktober 1944 dan door deze gracht ook flink gehinderd. De resten van dit
    verdedigingswerk zijn vrijwel allemaal verdwenen.

    De aanleg van rijksweg A17 viel door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog stil, maar er was een flinke waterplas ontstaan door het uitgraven van aarde ten behoeve van de aanleg van een zandlichaam. Na de oorlog werd van de plas natuurzwembad De Stok gemaakt. In 1999 is een nieuw zwembad in de nabijheidgebouwd.

    De Engebeek bij De Stok is aangelegd als ecologische verbindingszone en er zijn tal van kleine bosjes te vinden waar vooral wilgen groeien. Soms hoor je in zo’n bosje een Cetti’s zanger. De bermen van de Vinkenbroeksestraat zijn kleurrijk dankzij plantensoorten zoals knoopkruid, sint janskruid, rode en witte klaver. Verschillende soorten vleermuizen, padden en kikkers kunnen hier gevonden worden. 

    Boeiink
  • Watermolenbeek

    Volg de Waterwandelroute

    Op de Kalmthoutse Heide ontspringt een beek genaamd de Wildertse Beek, die ten oosten van Essen de naam krijgt van Kleine Aa. Bij de Nederlandse grens neemt deze de Bansloot op, meandert nog een stukje totdat de Antwerpsewegwordt gekruist. Hierna is de beek gekanaliseerd en heet Watermolenbeek of kortweg Molenbeek. Onder die naam stroomt ze de bebouwde kom van Roosendaal binnen bij het Burgemeester Marijnenpark om verderop bij de Kade als Roosendaalse Vliet verder te gaan.

    De Roosendaalse Vliet verandert nog een keer van naam en heet dan Steenbergse Vliet voordat de rivier in het Volkerak uitmondt. Sinds 1983 is de rivier verbonden met de Mark door de aanleg van het Mark-Vlietkanaal.

    Het beekdal van de Watermolenbeek is verbonden met de Elderse Turfvaart door een gegraven vaart, het Kletterwater, die vanaf de bebouwde kom in Langdonk door die wijk en de Kroeven stroomt. Het Kletterwater mondt uit in de Watermolenbeek. Omdat de Watermolenbeek af en toe met hoge waterstanden te maken heeft is in de jaren tachtig de Omloop Tolberg aangelegd. Die Omloop loopt in de richting van het westen en sluit eerst aan op de Rissebeek en later op de Engebeek. De naar het noorden stromende Engebeek mondt uiteindelijk uit in de Roosendaalse Vliet. Op die wijze zijn verschillende beekdalen en vaarten met elkaar verbonden.

    Zoals de naam Watermolenbeek al doet vermoeden, stond hier nabij ooit een watermolen. Deze molen wordt in de dertiende eeuw voor het eerst genoemd. In het verleden werd schors gemalen, die gebruikt werd voor de leerlooierij. Later was de molen enkel in gebruik voor het malen van koren. In 1933 verdween het molenrad en werd een motor geïnstalleerd. Bij de bevrijding in 1944 werd het gebouw ernstig beschadigd en niet meer in gebruik genomen. De laatste resten werden in 1965 verwijderd. Ook de straatnaam Watermolenberg herinnert nog aan dit bedrijf.

    In het zuiden ligt het dal van de Molenbeek dat bestaat uit vochtige beemden met knotwilgen, elzen en drinkpoelen. Het gebied is 120 hectare groot tussen Roosendaal en Nispen. Hier zijn bosanemoon, holpijp en klimopwaterranonkel te vinden. In de ecologische verbindingszone kan ook de kleine watersalamander en vuurjuffer worden aangetroffen net als de blankvoorn, snoek en riviergrondel. 

    Watermolenbeek