Duik in het smokkelaarsverleden van Roosendaal en omstreken

Waar prijzen verschillen of beschikbaarheid van goederen anders is, wordt gesmokkeld. Tussen Nederland en België is het in tijden van oorlog lange tijd niet anders geweest! Of het nu zout, tabak of mensen waren, de restanten van de smokkelroutes zijn nog overal terug te vinden in dit prachtige grensgebied. Duik in het verleden, leer meer over de geschiedenis van de omgeving en geniet bovenal van deze bijzondere fietstocht.   

We beginnen bij het begin; het ontstaan van de smokkelroutes. Na het verdrag van Munster in 1648 ontstond er een grens tussen het noorden en zuiden van Brabant, waarmee...

  • Startpunt
    Knooppunt 94
    Kerkplein 6
    4709 BJ Nispen
  • Nispen

    Het grensdorp Nispen werd flink beschadigd in de Tweede Wereldoorlog, maar gelukkig is er nog genoeg bewaard gebleven om te bekijken. Zo vind je er de beltkorenmolen van Aerden uit 1850, de enige molen in Nederland die vier wieken van het Van Rietwijksysteem heeft. In het centrum van het dorp vind je de kerk die dateert uit 1931 en werd ontworpen door architect Joseph Cuijpers. Jaren later in 1946 realiseerde hij ook de Vredeskapel die je aan de Heijbeeksestraat vindt. 


    Nispen
    Nispen
  • Grensstraat
    Grensstraat , Essen

    Parallel aan de grens loopt op Belgisch gebied een straat die uiteraard Grensstraat heet. Leuk feitje: de huizen aan de noordkant van de straat staan op Nederlands gebied terwijl de overburen, aan de zuidkant, in België staan. 

    Grensstraat
  • Quarantainestallen
    Hemelrijk 77, 2910 Essen

    De quarantainestallen zijn gebouwd in 1896 en uitgebreid in 1909. De gebouwen dienden om uit Nederland ingevoerd vee te controleren op besmettelijke ziekten. . In 1958 kwam de quarantainefunctie te vervallen en inmiddels zijn de stallen omgebouwd tot woningen.

    Quarantainestallen
    Quarantainestallen
  • Karrenmuseum
    Moerkantsebaan 52, 2910 Essen

    Nabij de Kiekenhoeve, de vroegere hoeve van de abdij van Tongerlo, vind je het Karrenmuseum waar je de grootste collectie karren, wagens en koetsen van de Benelux vindt. In dit museum staat ook een restant uit de oorlogstijd: de dodendraad. Het is een replica van de versperring die de Duitse bezetter in 1915 langs de hele grens tussen Nederland en België plaatsten. De draad stond onder elektrische hoogspanning met als doel smokkel en spionage tussen de twee landen voorkomen. In deze regio liep de dodendraad overigens niet helemaal parallel aan de landsgrens maar iets zuidelijker bij Wildert, waardoor het noordelijker gelegen Essen destijds in een soort niemandsland lag. 

    Karrenmuseum
    Karrenmuseum
  • Landgoed Wouwse Plantage
    Plantage Centrum 1, 4725 SR Wouwse Plantage

    In 1504 werd door Jan III van Glymes, heer van Bergen op Zoom, opdracht gegeven om bos aan te planten ten behoeve van de houtproductie. Dit was het begin van de Wouwse Plantage. Feitelijk betrof dit het eerste expliciete productiebos op Nederlandse bodem: het Mastbos volgde in 1516. Behalve voor houtproductie diende het bos ook ter vastlegging van zandverstuivingen en voor de jacht. Baron P.J. de Caters liet in 1845 in het plantagecentrum, op de plaats van de eerdere bescheiden bebouwing, een herenhuis bouwen, dat we nu als het kasteel kennen. De bouw van het herenhuis werd gaandeweg gevolgd door allerlei bijbouw, vaak uitgevoerd in chaletstijl: een jachthuis, de Prinsenhof Driehuizen, het Appelhuisje, een houtzagerij in landschapstijl en enkele monumentale boerderijen met bijgebouwen. In 1871 is een huis voor de boswachter gebouwd. Een wonderlijk gebouwtje is het ‘Sleutelgathuis’, dat een venster bevat met sleutelgatvormige omlijsting.

    Omstreeks 1850 – 1855 kwam het beheer in handen van zoon Constantin, die veel voor het dorp Wouwse Plantage heeft betekend. Tenslotte erfden diens zonen Raymond en Edouard het landgoed in 1884.
    In 1895 kwam het landgoed in bezit van Paul Emsens, een Belgische industrieel, omdat er slechte tijden aanbraken voor bankiersfamilie de Caters. Hij verkreeg het landgoed voor het bedrag van ruim fl.300.000,- uit openbare verkoop.
    Het kasteel was inmiddels niet in al te beste staat van onderhoud en een van de eerste acties van Paul Emsens was verbouwing van het kasteel in 1895 – 1896. Er werd ondermeer een achtkantige toren aangebouwd en de buitenmuren werden gepleisterd (later wit geschilderd). Het is hoe het kasteel er tegenwoordig uitziet.

    Het jachthuis, van oorsprong een herberg, dateert van omstreeks 1875. Het verhaal gaat dat baron de Caters het gebouw op een expositie in Antwerpen in 1887 heeft gekocht en naar het landgoed heeft laten verplaatsen. Het gebouw deed ten tijde van de baron inderdaad dienst als herberg. Emsens vond de aanloop van omwonenden alsook bezoekers wel erg oplopen en veranderde de bestemming van het gebouw in jachthuis. Hij liet echter wel het hotel net buiten het dorp Wouwse Plantage in de bocht aan de Plantagebaan bouwen.
    Toen Paul Emsens in 1927 overleed, werd het landgoed verdeeld onder zijn drie kinderen. Uiteindelijk werd het ondergebracht in NV Wouwse Plantage, waarvan de kleinkinderen van Paul Emsens aandeelhouder werden.

    Landgoed Wouwse Plantage
  • Wouwse Plantage

    Op initiatief van landeigenaar P.J. baron de Caters werd nabij zijn landgoed en steenfabriek een kerk gebouwd die het centrum van het nieuwe dorp ging vormen.  Oorspronkelijk had de doorgaande straat in het dorp exact dezelfde verdeling en maten als de leien in Antwerpen, woonplaats van de baron.
     
    In 1865 stonden er enkele huizen. In 1871 kwam de kerk, een school en een twaalftal huizen, dat vormde het begin van het dorp. In 1876 kwam de molen van J. van Tilburg en een bakkerij. Een jaar later vestigde Adriaan van Hooijdonk er een winkel in koloniale waren. De Caters zelf stichtte in 1882 een smederij, die later in particuliere handen overging.

    Lang was er ook gesteggel over de naam van het dorp. Een tijdlang heette het gewoon 'Dorp', later 'Nieuwe Dorp' en ineens was er de naam Pindorp. Pas in 1958 werd de naam Pindorp veranderd in Wouwse Plantage. In de volksmond, met name in West-Brabant, is overigens nog steeds sprake van Pindorp en De Pin. Het dorp Wouwse Plantage was altijd een lintbebouwing, langs de weg van Wouw naar Huijbergen. Met een zijstraat richting Zoomvliet, de latere Kerkstraat. Pas in de jaren zestig zijn de eerste voorzichtige uitbreidingsplannen tot stand gekomen. Ook nu nog wordt er slechts mondjesmaat gebouwd. 
    Het dorp heeft men name een recreatieve uitstraling vanwege het bosgebied, de drie campings en de naburige golfbaan. In de zomer is het vaak extra druk vanwege fietsende en wandelende toeristen

    In het dorp staat sinds 1996 een beeld van Léon Vermunt. Het stelt een ‘pinnerooier’ of houthakker voor. Het begrip ‘Mastepinne’ verwijst naar de stronken die na het hakken achterbleven van de dennenbomen of het is mogelijk ook een verwijzing naar de dennenappels.

    In Wouwse Plantage liep ooit een smalspoor vanaf het landgoed naar de steenfabriek. Stenen werden op die wijze naar het landgoed en gezaagd hout naar de fabriek vervoerd. Vanaf de steenfabriek liep het smalspoor door naar het vroegere station van Wouw. Het hout van het landgoed werd in de mijnbouw als stuthout gebruikt.




    Wouwse Plantage
  • Rucphense Bossen
    Achtmaalsebaan , Rucphen

    De Rucphense Bossen zijn onderdeel van een natuurgebied van 1200 hectare groot. Het bestaat uit verschillende gedeeltes (Oliepot, Duinen) en kent verscheidene eigenaren en landschappen (heide, ven, bos, grasland, stuifduinen). Een van de eigenaren is het ministerie van Defensie, die een deel van het gebeid als oefenterrein gebruikt. Daar is ook de straatnaam Schietbaan aan te danken. Door dit woeste en lege gebeid liep ook de postbaan van Parijs via Antwerpen naar Amsterdam. De naam Posthoorn herinnert daar nog aan. 
    Hier is ook een bijzonder reptiel te vinden: de levendbarende hagedis. 

    Rucphense Bossen
  • De Strontpaal
    Raaiberg , Horendonk

    Het grensgebied trok in het verleden altijd veel smokkelaars aan. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen België door de Duitsers bezet was, bleef Nederland neutraal. De smokkel vierde op dat moment hoogtij. De bekendste smokkelaar in die dagen was Klaveren Vrouwke, de bijnaam voor Geert Schrauwen uit Rucphen. Hij stond bekend om zijn vele listen en verkleedpartijen waarmee hij de douane en militairen vaak op het verkeerde spoor zette. Op 5 mei 1916 ontsnapte Schrauwen echter niet aan zijn noodlot en werd hij nabij de grenspaal 238A, bekend als de ‘strontpaal’, doodgeschoten. De herinnering aan Klaveren Vrouwke is daarna in de streek levendig gebleven door de vele anekdotes die over hem verteld werden. De bijnaam van de paal zou te danken zijn aan het feit dat douaniers hier tijdens de oorlog hun behoefte deden.

    De Strontpaal
    De Strontpaal
    De Strontpaal
  • Eindpunt
    Knooppunt 94
    Kerkplein 6
    4709 BJ Nispen

Deze fietsroute is uitgezet op basis van het knooppuntennetwerk. De route is beschreven vanaf knooppunt 94, maar je kunt de route op ieder gewenst knooppunt starten. 

Je volgt vanaf knooppunt 94 de knooppunten 29 - 3 - 5 - 15 - 14 - 24 - 81 - 1 - 84 - 85 - 86 - 88 - 91 - 92 - 5 – 99 - 96 - 97 - 61 - 98 - 62 - 41 - 52 - 53 - 8 - 54 - 55 - 95 - 71 - 94

Verkorte route Oost - 29 km
94 - 99 - 96 - 97 - 61 - 98 - 62 - 41 - 52 - 53 - 8 - 54 - 55 - 95 - 71 - 94

Verkorte route West - 27,5 km
94 - 29 - 3 - 5 - 15 - 14 - 24 - 81 - 84 - 85 - 86 - 88 - 91 - 92 - 5 - 99 - 94

Onderweg kom je langs voldoende horecagelegenheden om even af te stappen voor een hapje en een drankje.